Ger Kuijlenburg kunstschilder painter

CURICULUM VITAE

Ger Kuijlenburg

Amsterdam

24 juni 1948

 

Geboren in Amsterdam in ”de Wittenstraat” was het al snel duidelijk, als dit kind iets kon was het tekenen, verder was het geen hoogvlieger eerder een dromer, tegenwoordig zouden ze zeggen die heeft vast ADD en, vele jaren later bleek dat ook zo te zijn. Het onderwijs in de jaren ’50 tot ’60 had niet zoveel op met kinderen die wat anders waren dan andere kinderen, maar als je iets kon dat de leraar/es leuk vond had je soms een streepje voor maar helaas, vaak ook niet, vooral niet als je ADD er toe leidt dat je precies zegt wat je denkt. De mogelijkheid om een goede middelbare schoolopleiding te krijgen werd door de leerkrachten van de lagere school niet ondersteund, er zat niets anders op dan de opleiding huisschilder te volgen, de docenten meenden dat ik daar met mijn tekentalent wel mijn weg zou vinden. De voorgestelde opleiding bood echter niet wat ik zocht en hoewel twee docenten mij op de opleiding die nu de Rietveld Academie heet probeerden te krijgen bleek dat door het veel te grote aanbod en te weinig plaatsen onmogelijk. Zoals al snel bleek, konden het onderwijs en ik het samen niet echt meer vinden. De regel thuis was simpel, niet leren dan werken, en gelijk hadden ze. vanaf mijn 14e ging ik dus werken dat wilde zeggen dat ik van baantje naar baantje wipte, eerst bij Mahez een dochter van Johan Enschede en Zn, toen bij de firma Lulhf toen beroemd door de geschilderde bioscoopreclames die de bioscopen sierden, maar ook de grote borden lang de weg en op gebouwen helaas niet zo een sociale werkgever voor kinderen. Daarna bij een Boekbinderij als leerling waar ik na een test de tip kreeg om het meer in de grafisch richting te zoeken. Uiteindelijk kwam ik door bemiddeling van mijn vader, die als amateurschilder regelmatig bij de Firma Cornelisse (nu Hoopman) in de Marnixstraat in Amsterdam kwam, een verfwinkel die ook kunstschilders-materialen verkocht en een linnenfabriek in Badhoevedorp runde. Vijf jaar heb ik daar met plezier gewerkt en menig schilderdoek geprepareerd en gespannen, ik kan wel zeggen een bedrijf waar ik me na al die jaren nog steeds mee verbonden voel. Helaas kreeg ik een wat ongelukkig arbeidsconflict en als de heethoofd die ik was en soms nog ben nam ik op staande voet ontslag. Dus dan maar magazijnbediende bij de Firma Vandenbent een cosmetica groothandel. Al snel was ik verantwoordelijk voor de beurzen die zij bezochten, hun etaleur-ontwerper kon er wat het tekenen betreft niets van, dus toen ik na zijn handwerk bekeken te hebben zijn werkstuk op de juiste schaal had overgetekend werd ik per direct verantwoordelijk voor de voorbereiding en de opbouw van de beurzen. Maar uiteindelijk begon het kunstenaars hart toch te rommelen, nam les bij Joseph Verheijen op het Bickerseiland waar Rein Kalf de lessen gaf, als snel ontstond er een vriendschap. Joseph Verheijen werd door zijn slechte gezondheid steeds onvoorspelbaarder en ineens, van de een op de andere dag, sloot hij de opleiding die ik nog maar net begonnen was. Gelukkig nam Rein Kalf een aantal van de leerlingen waar hij al een goede band mee had en hun kwaliteiten zag, onder zijn hoede en ook ik was van de partij. Zonder het te beseffen begon hier het kunstavontuur, de gesprekken, de verschillende visies, zonder de academie waren we toch bezig ons te vormen. We werden een zichzelf vormend schildersclubje, de school van de Korte Prinsengracht, met natuurlijk veel tekenen naar model en heel veel gezelligheid, hoe Hollands kan het zijn. Helaas is niets voor altijd en dat is maar goed ook, vorming moet ook tot iets leiden voor de toekomst. In die tijd was ik vaak bij de Fam. Kalf en daar kwam ook regelmatig een meisje over de vloer een dochter van vrienden van hun. Een op zichzelf boeiend maar hier niet ter zake doend verhaal leidde in 1971 tot een huwelijk dat tot nu voortduurt. Na een paar jaar van mijn vrijheid genoten te hebben stuurde mijn a.s. huwelijk naar een vaste baan en aldus geschiede, ik werd wagenbestuurder op de tram, niet mijn eerste keus maar je moet wat. Uiteindelijk heeft deze keus toch goed voor mij uitgepakt, na ruim een jaar gereden te hebben en de nodige heftige avonturen, lees ongevallen en confrontaties, beleeft te hebben werd ik tot mijn verbazing afgekeurd voor de tram. In die tijd werd je automatisch herplaatsbaar ambtenaar wat betekende dat de gemeente voor jou passend werk binnen de gemeente moest proberen te vinden.

 

Dit betekende een periode in de ”ziektewet”. Onbekend met de afloop en met het besef dat het werk op tram niet mijn roeping was begon ik aan een middenstandsopleiding, ik moest me voorbereiden op een mogelijke toekomst buiten de ”gemeente” en dan wilde ik verder als zelfstandig ondernemer al wist ik nog niet als wat. Uiteindelijk besloten mijn vrouw en ik dat de markt een goede mogelijkheid was om met weinig kosten een bedrijf te beginnen en op die manier ook de nodige ervaring op te doen. In eerste instantie wilden we met glaswerk op de markt maar een goede vriend met wie ik op de middenstandsopleiding had gezeten adviseerde om met snoep te beginnen, Oud Hollandse snoepsoorten. Hij kende de groothandels en het bleek geen echte verkeerde keus, we hebben een zeer leuke tijd gehad en het begon aardig te lopen al was het geen vetpot. Maar ondertussen ging de zoektocht bij de gemeente naar een andere functie gewoon door, de eerste aanbieding was direct raak. Het kon niet mooiere lopen, de eerste baan die mij werd aangeboden was chauffeur op de dienstwagen van het Stedelijk Museum een diensttak die toen nog bekend stond als de Dienst der Gemeente Musea waar op dat moment alle musea van de Gemeente Amsterdam onder vielen. Het was een leuke en enerverende baan die mij in bijna alle musea van Nederland bracht en bij veel kunstverzamelaars en kunstenaars thuis. Na een confrontatie met mijn afdelingshoofd, ik heb wat problemen met onrecht, moest ik van de dienstwagen af en kwam ik in de stoffeerderij terecht, ook hier heb ik een leuke tijd gehad met als hoogte punt de beschildering van de schutting rond het museum naar aanleiding van groot onderhoud en een verbouwing, toen al. Het werkstuk was ”Snijden aan gras” van Co Westerik, ik had mijzelf in beeld gebracht. Maar toen kwam de grote reorganisatie, al onze contracten werden beëindigd en we moesten opnieuw solliciteren op een andere of je eigen functie. De grond voor de reorganisatie was de ophanden zijnde scheiding van de moderne en historische musea, een verhaal apart. Na verloop van tijd kwam er een aanbod om te solliciteren op de functie van zeefdrukker die gepaard ging met een opleiding in deze en de werkzaamheden aan het nieuw te openen Amsterdams Historisch Museum. Dit leek me de kans en ik reageerde direct, ik bleek uiteindelijk de enige kandidaat maar werd geblokkeerd vanwege een eerdere, wederom confrontatie, met een directielid. Ja ik kan der wat van. Het spel dat gespeeld moest worden laten we hier maar voor gezien, maar uiteindelijk gaven de betreffende directieleden hun actie toe en dat zij daarin fout gehandeld hadden en mijn aanstelling was een feit. Uiteindelijk kwam ik na een opleiding in Delft, notabene van een student docent die werd aangestuurd door Wim Crouwel van Total Design, de ontwerper van de wereldtentoonstelling in Osake in 1970 en nu verantwoordelijk voor de nieuwe inrichting van het Amsterdams Historisch Museum, in het AHM terecht. Het was november 1973 en een jaar later moest het museum open een mega klus, er moesten in totaal z’n 450 borden gezeefdrukt worden, elk uniek, veel tekst maar ook met afbeeldingen en dan de meerkleurendrukken voor o.a. grafieken. De werkdruk was groot en er werd bijna continu overgewerkt, uiteindelijk heeft zelfs mijn vrouw een aantal maanden in mijn afdeling gewerkt om de zaak maar gaande te houden en de streefdatum te halen. Het klinkt misschien gek maar het was een fantastische tijd, het gegeven dat we elkaar allemaal nodig hadden om de klus te klaren schepte een band tussen alle collega’s ongeacht hun positie in het bedrijf. Uiteindelijk komt er het moment dat het museum geopend wordt iets dat aan onze koningin werd toevertrouwd, een memorabele dag. Gelukkig voor mij zat het werk er nog niet op, er zijn altijd dingen die niet helemaal naar het zin zijn, foutjes in de tekst die vervangen moeten worden, bewegwijzering, ook mijn taak geworden, die aanpassing behoefte.

De vraag ontstond of mijn werk er op zat en ik weer naar een nieuwe baan uit moest kijken of dat er voor mij genoeg te doen zou blijven. Ik had het idee dat ik aan die keus zelf ook wel iets kon bijdragen. Omdat de toekomst er onzeker uitzag, ook voor een ambtenaar, ben ik voor de zekerheid maar weer een zijweg ingeslagen om in ieder geval een andere weg in te kunnen slaan als het onvermijdelijke zou gebeuren. Ik had al een middenstandsdiploma en mijn vrouw had horeca ervaring en we opende een snackbar in Apeldoorn, hoe konden we het bedenken. Dat betekende om 7.20 uur de trein naar Amsterdam en om 18.30 uur weer in de zaak om de afwas van de zaak weg te  werken. Dan even iets eten en als de laatste klanten weg waren de kas opmaken en de eerste schoonmaak. Tussen s’nacht 2 á 3 uur naar bed en dan de volgende ochtend weer met de trein naar Amsterdam. Je bent jong en je kan wel wat hebben, in de trein nog studeren voor de horeca papieren vanwege de noodzakelijke dranken vergunning, het was best een drukke tijd want mijn werk voor het museum mocht er niet onder lijden. Uiteindelijk werd mijn werk bij het museum geëffectueerd en hebben we de snackbar achter ons gelaten.

 

 

Toen het Prentenkabinet begon met kleine korte tentoonstellingen en daar affiches voor moesten komen die dan weer door Total Design ontworpen werden, zag ik dat de kosten voor zo een kleine tentoonstelling toch wel erg hoog opliepen. Gelukkig had ik met de beheerder van het Prentenkabinet Rob Jager een uitstekend contact en bood aan in het vervolg zelf de ontwerpen te leveren. Nu is dat natuurlijk niet zomaar geregeld maar uiteindelijk ging TD wel akkoord maar moest dat wel gebeuren op een door hun geleverd stramien, daar had ik geen bezwaar tegen ik had het werk binnen nu nog het waar maken. Om het verhaal kort te maken vanaf dat moment ontwierp en drukte ik alle affiches voor het Prentenkabinet. Voor tentoonstellingen in Gebouw A het gebouw voor tijdelijke tentoonstellingen ontwierp ik o.a. voor Herman Gordijn en voor Aad Veldhoen een affiche, maar ook voor Ed van den Elske. Bestond mijn afdeling eerst alleen uit een zeefdrukkerij uiteindelijk ontstond er een ontwerpstudio, werd de computer ingevoerd en er kwam zelfs een reprodoka  met alles erop en er aan. Ik maakte ruimtelijke ontwerpen voor de vaste opstelling, maakte schilderingen op de diverse tentoonstelling zowel voor de wisselende tentoonstellingen als de vaste opstelling. Hoewel ik een éénmansafdeling was had ik ook wel eens hulp, zeker als de werkzaamheden te veel bleken voor één persoon, soms was het een collega van een andere afdeling en een enkele keer iemand van buiten. Een van die mensen wil ik hier nog wel even noemen omdat hij het is die nu, wat eens mijn afdeling was, tot de zijne heeft weten te maken, Edo Mulder. Ik heb nog steeds goed herinneringen aan hem en ben blij dat hij  deze afdeling naar de 21ste eeuw heeft gebracht. En dan gaat het allemaal helemaal mis. Na 20 jaar gebeurt het onmogelijke, dachten wij, mijn vrouw is zwanger? Een zware zwangerschap, de geboorte van een geweldige zoon, Rob op 27 september 1991 en dan het ziekbed van mijn schoonvader, het leven kon niet zwaarder. Te veel tegelijk. Met regelmaat naar het ziekenhuis naar mijn schoonvader ondertussen proberen het werk weer op te pakken, mijn hart begon te protesteren. Wetende dat mijn schoonvader stervende was probeerde ik het onvermijdelijke uit te stellen. s’Avonds na weer een bezoek aan het ziekenhuis in Zaandam voelde ik weer eens pijn op de borst nu had ik omdat ik al bekend was met hartproblemen pilletjes voor onder de tong (nitrostat) in mijn bezit. Ik had die ochtend toen ik Rob naar de crèche bracht al last gehad dus was ik voorbereid maar had het zo heftig niet verwacht en die nacht ging het mis. De volgende ochtend lag ik dus in het ziekenhuis in Purmerend waar ze me onder bewaking hielden, een week lang terwijl mijn negatieve waarden steeds verder opliepen. Uiteindelijk moet ik voor katheterisatie naar het OLVG in Amsterdam, een” standje” zetten dachten ze. Inmiddels was mijn schoonvader overleden en moest de begrafenis geregeld worden. Vanwege mijn katheterisatie was de begrafenis een dag verschoven, helaas pakte dit anders uit. Tijdens de katheterisatie zag ik aan het gezicht van mijn begeleidende cardiologe dat het goed mis was, ze trok wit weg, ik wist genoeg. De volgende ochtend ging ik als eerste onder het mes. Mijn vrouw is die dag door een hel gegaan, je vader begraven en dan maar hopen dat je niet een paar dagen later je man weg kan brengen. En dan gaat er ook prompt van alles mis. Nadat ik geopereerd leek en mijn vrouw op de hoogte gehouden was moest ze horen dat ik opnieuw naar de OK moest er waren bloedingen. Uiteindelijk na ruim tien uur kreeg ze te horen dat alles goed was en dat ik op IC lag. Vanaf nu zou ons leven nooit meer het zelfde zijn.

Nadat ik eindelijk weer naar huis mocht en er nog hoop op herstel leek, de revalidatie werd opgestart, bleek al snel dat niet alles ging zoals gehoopt. Een hart dat tijdens de revalidatie training op hol sloeg en met moeite weer normaal ging doen, er waren signalen genoeg dat het niet ging zoals zou moeten. Bij mijn eerste pogingen om mijn werk weer op te starten, Edo Mulder nam op dat moment al voor me waar, ging het niet erg lekker. In plaats van beter werd ik slechter en na een aantal maanden was mijn conditie tot het minimum gedaald, werken werd onmogelijk. Het woord ”afkeuring” kwam om de hoek kijken. Uiteindelijk bleek een klein infarct op een hartklep mijn hartfunctie te hebben gesloopt, een klep ”peesje" was na een maand of drie afgestorven met desastreuze gevolgen. Afkeuring was het resultaat. Pas ik 1997 was men bereid om mijn klep te vervangen door een kunstklep met na de operatie de vermelding dat dit al veel eerder had moeten gebeuren. Het betekende wel dat ik in die vijf jaar er bij liep als een oude man. Ik was net 50. Ondertussen ben ik toch weer iets van mijn leven gaan maken, elke zaterdag ging ik naar een tekengroepje van kunstenaars die in het plaatselijke buurthuis een ruimte hadden waar ze s’morgens naar model tekenden. Nu organiseerde dat buurthuis ook cursussen voor amateurs en toen een van de docenten zijn afspraken niet na kwam, werd het bestuur daarvan op mij opmerkzaam gemaakt, ”vraag hem maar, dat kan hij wel”. Het was vlak bij huis en het gaf mij iets te doen anders dan thuis zitten. Let wel ik was inmiddels ook weer aan het schilderen geslagen want ik had nu tijd te over. Het lesgeven bleek een succes en ik ondervond er veel plezier aan, zoveel dat ik dat tot op de dag van vandaag nog doe. Uiteindelijk richt ik samen met een aantal kunstenaars uit de Gem. Waterland, De Waterlandse Kunstkring op, een stichting die zich tot doel stelde om meer aandacht voor de kunstenaars te genereren zowel bij de gemeente, die niets op het gebied van kunst c.q. cultuur ontwikkelde of steunde, als bij de bevolking en het bedrijfsleven. Hoewel de gemeente nog steeds niet bereid bleek om enige activiteit in zake kunst en cultuur te ontwikkelen bleek de RABOBANK dit wel te doen. Dankzij de bank kregen we een grote tentoonstelling van de grond in de Grote Kerk van Monnickendam. De tentoonstelling die z’n 100 werken toonden van een grote groep kunstenaars haalde in twee dagen ruim 100 bezoekers wat voor een eerste keer geen slecht resultaat genoemd mocht worden. Deze activiteit wilden we ieder twee jaar gaan organiseren maar inmiddels deden zich andere ontwikkelingen voor die het werk van mijn vrouw betroffen. Het bedrijf waar mijn vrouw voor werkte werd overgenomen door een bedrijf in Groningen en ze stond voor de keuze, mee naar Groningen of ander werk gaan zoeken.

Met in de overweging dat ik in het noorden meer kans had op een atelier in of bij de woning dan in het westen, hebben we voor Groningen gekozen. Dit was zeker voor mijn vrouw geen makkelijke keuze we hadden en hebben er nog steeds zeer goede vrienden waar onder onze achterburen waar onze zoon letterlijk kind aan huis was. Mijn vrouw was ruim 2 jaar ziek van heimwee ik daarentegen zat helemaal in mijn vel en schreef mij zelfs in voor Academie Minerva, die mij bijna afwezen omdat ik ”het al kon”, het feit dat ik geen echte middelbare school opleiding had en dat als een gemis zag deed ze uiteindelijk over stag gaan. Nu is naar school gaan als je al geen al te beste gezondheid hebt en je ook nog alles zelf moet betalen geen kleinigheid zeker met een vrouw die werkt en een kind die nog oppas nodig heeft. De financiën lopen steeds schever en mijn gezondheid kwam in opstand, na drie maanden moet ik het dan toch laten liggen en ik had het zo naar mijn zin, vooral met die zo ambitieuze jongeren. Nu was er wel nog een ander ding dat ook mee speelde, de academie had besloten de oude weg achter zich te laten en meer op de non-figuratieve kant van de kunst te mikken en dat juist nu de kunstenaars en kunstwereld weer meer naar de figuratieve kant neigden. Wat deze keuze heeft veroorzaakt? Het riep in ieder geval veel weerstand op bij de leerlingen, die in hun verwachting van hun tijd bij Minerva, een andere hadden dan Minerva van plan was hun te bieden.

Inmiddels ben ik nog net geen echte Drent, maar voel me hier ontzettend thuis, de omgang met mensen is gemoedelijk en dat hou ik van. ”Naait soezen”, zeggen ze hier, niet zeuren dus. Nu dat past mij prima. Het is hier ontzettend oppassen anders heb je meer vrienden dan dat je uren in een dag hebt. Het Noorden heeft een rijk kunstleven, musea, galerieën en kunstenaars collectieven in soorten en maten. Bij een van die collectieven ben ik een tijdje aangesloten geweest Verkuno, Vereniging Kunstenaar Noordenveld, een zeer actieve club die inmiddels samen met de culturele kring een museum hebben gerealiseerd in Roden, K38, Kanaalstraat 38. Helaas ben ik geen groepsdier en ook niet van de opgelegde thema’s, ik vaar graag mijn eigen koers, hoe moeilijk dat soms ook is. Dus lid af, maar met respect voor wat de kunstenaars in deze vereniging voor elkaar weten te krijgen. Hoewel het erg moeilijk is om er bij galerieën in te komen, de galeriehouders hebben een moeilijke tijd achter de rug en zijn, in tegenstelling van wat de politiek denkt, deze voorlopig nog niet te boven. Toch waren en zijn er galeriehouders die wel wat durven te riskeren en een nieuw gezicht in hun stal, van bij hun bekende kunstenaars, durven uit te nodigen en zo heb ik bij een aantal galerieën mogen exposeren in een tijd dat de kans op verkopen erg onder druk stond en nog steeds staat. Deze galeriehouders ben ik daar dan ook erg dankbaar voor want zonder hun kan je naar buiten toe haast geen gezicht maken.

 

 

 

 

Opleidingen/kunstopleidingen:

Middenstandsdiploma - Horeca-diploma- verder veel seminars bij bedrijven gevolgd en zo in de praktijk het grafische vak geleerd.

Mijn kunstopleiding komt niet verder dan een leerzame vriendschap met de helaas al geruime tijd overleden kunstschilder Rein Kalf. In 2000 heb ik na mijn toelating drie maanden op Academie Minerva mogen vertoeven maar moest helaas om persoonlijke redenen afhaken.

 

Al voor mijn komst naar het noorden was ik actief als kunstenaar maar nog meer als docent tekenen en schilderen. Ik hou me bezig met het klassieke realisme.

 

Veel van mijn werken zijn eigenlijk kleine verhaaltjes, momenten in het leven waar je vragen bij kunt stellen. Dit geld niet altijd voor mijn landschappen daar gaat het vaak om de sfeer van de voorstelling. Als uitgangspunt in mijn werk heb ik maar één motto, geen concessies doen aan je zelf. Eerst de kunst dan de verkoop.

 

Ik ben beïnvloed door de Italiaanse renaissance. Een kunstenaars als Veronese, hoewel deze al werd gezien als een maniërist, is voor mij een bron van inspiratie, maar natuurlijk ook Da Vinci en Titiaan. Eigenlijk zijn het vooral de Italiaanse klassieken die invloed hebben op mijn doen en denken zowel in werkwijze als voorstelling. Toch heb ik het altijd weer nodig om zij sprongetjes te maken ik haat sleur.

 

Omschrijving van mijn bezigheden/werk.

Ondanks veel positieve reacties op mijn Reflecties ben ik weer teruggekeerd bij mijn oude liefde, de klassieke schilderkunst. Verder geef ik erg veel les hierdoor heb ik minder tijd over om te schilderen. Als inspiratie voor mijn onderwerpen  verzamelen ik veel beeldmateriaal en van de ideeën  maak ik schetsen. Uitgewerkte tekeningen maak ik om beter te begrijpen wat ik wil weergeven voor dat ik op doek of paneel definitief aan het werk ga. Hoewel veel kunstenaars een vaste werkwijze hebben probeer ik mezelf toch iedere keer weer opnieuw uit te vinden. Veel kunstschilders zweren bij een type ondergrond, bijvoorbeeld hout of linnen, voor mij vraagt elk schilderij om zijn eigen aanpak en dus ondergrond, de sfeer en het onderwerp bepalen de keuze.De keuze van de ondergrond word bepaald door de gewenste uitstraling, daar waar ik de structuur van de penseelstreek belangrijk vind zul je vaak linnen zien maar voor een klassiekere belevenis met veel details heeft het paneel de voorkeur. Op linnen zal “nat in nat” soms met hier of daar paletmes het werk domineren. Als ik een paneel neem dan verwerk ik deze zelf, ik voorzie ze van verstevigingen om kromtrekken te beperken en als er een lijst om komt dan worden extra verstevigingen aangebracht om ophang-beugeltjes veilig te kunnen bevestigen.

 

 

 

 

Tentoonstellingsoverzicht.

1997.  Entree Libre, Monnickendam.

1999.  Het Waterlandse kunstleven centraal, Grote Kerk, Monnickendam.

Verhuizing naar Nieuw-Roden, veel werk aan huis en atelier.

Toelating Academie Minerva, na enige maanden om gezondheidsredenen gestopt.

Op verzoek begonnen als invalsdocent bij de Teken en Schilder Club Roden

1Voorjaarssalon Galerie Mebius.

Inmiddels vaste docent TSR.

6 maart Kunstpaviljoen Nieuw-Roden.

           Gastdeelname aan de tentoonstelling van Joseph Verheije en Rein Kalf

           alsmede verzorger van de inrichting.

           23 augustus, Shell Nederland te Amsterdam, hieruit volgt een opdracht.

           21 en 22 mei, Open atelierroute Verkuno.

           23 september Galerie Nora Klein, Groningen, openingstentoonstelling.

          7 febr. t/m 30 mrt. Galerie Sjoch, Beetsterzwaag.

7 nov t.m 9 januari 2010, Galerie Nora de Klein, Groningen.

2006. 7 febr. t/m 30 mrt. Galerie Sjoch, Beetsterzwaag.

 13 t/m 29 oktober, TEN VOETEN UIT  Tentoonstelling Verkuno

 Koetshuis Mensinge, Roden.

 November. Deelname Fundraising Rotaryclub Roden-Leek.

 

Vanaf 2010 ben ik mijn kunstenaarschap opnieuw onder de loep gaan nemen.

 

2014. Galerie Nora De Klein, Appelscha. 18 jan. t/m 16 nov.

 Kunstencentrum K38 te Roden. 25 okt. t/m 16 nov.

2015 17 mei  tot 12 juli Galerie van Harinxma, Beetsterzwaag

 Galerie Ruigewaert. Juiste data en gegevens ontbreken helaas.

2018 Te verwachten tentoonstelling van TSR docenten in K38 te Roden

 naar aanleiding van het 40 jarig bestaan van de Teken en schildergroep Roden.

 

Publicaties

Publicatie van het door mij ontworpen boekje bij de tentoonstelling Ten voeten uit,

van Verkuno in 2006.

 

  K.v.K. 01152205